Performance Ethics

Het woord ‘Performance Ethics’ kwam mij begin 2000 ter ore op een workshop georganiseerd voor de toenmalige leidinggevende managers van Interbrew West-Europa over ‘groei in dalende markten’. McKinsey had succesvolle organisaties geanalyseerd op gemeenschappelijke punten. Uit hun analyse bleek dat de meeste organisaties een brede ‘winnende cultuur’ hadden ontwikkeld, bovenop 1 specialisme waarrond ze hun succes verklaarden. Rond dat specialisme waren 3 clusters:

  1. bedrijven met een sterke ‘controlling cultuur’;
  2. bedrijven met een sterke ‘procescultuur’;
  3. bedrijven met een sterke ‘ondernemende cultuur’.

Het maakte volgens McKinsey minder uit in welke cluster je zat, als je hem maar goed beheerste – en als je maar een ‘winnende cultuur’ cultiveerde.

Het concept ‘Performance Ethics’ liet me niet meer los – alhoewel ik de inhoud volgens eigen inzichten en ervaringen verbouwd heb. Het concept zoals het binnen 4f bestaat, wijkt dus zeker af van de bron. Het is gegroeid tot een eigen visie, en eigen systemen.

‘Performance Ethics’ is niet alleen van toepassing in profit-organisaties. Het is toepasselijk op elke organisatie die wil dat mensen ‘goesting hebben’ en ‘hun best doen’ om de vooropgestelde doelstellingen te behalen.