Basisfilosofie

Organisaties leiden gaat over simpele dingen: ambitie, richting, gezond verstand, buikgevoel, wilskracht, lef, drang naar erkenning, mensenkennis, vertrouwen, verantwoordelijkheidszin, overzicht.

Dit is geen pleidooi voor een nieuwe übermensch, wel voor dynamische organisaties. Het is een bewustwording van ‘de juiste habitat voor elk mens’. Zoek naar de context én de rol die de jouwe is. Bouw daar aan je zelfvertrouwen. Winnen is je objectieven bereiken, niet noodzakelijk de eerste zijn. Ga niet kapot aan je overwinningsdrang maar zoek een gezond zelfvertrouwen. De mens wil een goed gevoel. Geluk. Zelfrespect. Thuisgevoel. Daarover gaat het.

Inspiratie in de sport

De inspiratie van 4F (Flexible Focus, Fair Fight) komt uit de vechtsport. Maar wellicht is de gedachte toepasselijk op elke vorm van sport én elke vorm van organisatie.

Focus: neem je ambitie als vertrekpunt. Durf dromen van het kampioenschap. Gebruik je energie efficiënt en gericht en vertaal ze naar impact. Impact is bepalend: raken, scoren. Om die energie in je lichaam en je geest te cultiveren, moet je heel lang werken. Dat vergt offers en keuzes. Tijdens de inspanning moet je de rest van de wereld vergeten. Op dat moment bestaat er niets anders meer. Je moet je overgeven aan een bezetenheid die alles uit jou haalt. Een gedoseerde bezetenheid weliswaar – want een wedstrijd kan lang duren.

Flexibel: ondanks die focus moet je mentaal en fysiek ontspannen blijven, zelfs in het heetst van de strijd. Wie mentaal en fysiek niet flexibel blijft, denkt niet helder en verstart. Je doel beweegt, en derhalve jouw doelstelling ook. Je moet constant kunnen improviseren binnen je aangeleerde technieken. De oplossing is nooit voorgeschreven, ze dient zich aan tijdens de wedstrijd. Hét moment. Wie niet flexibel is, mist de scherpte en de snelheid van geest en lichaam om tijdens dat moment de overwinning te halen.

Fair: blijf correct. Win met waarden. Hou je woord. Win binnen de afgesproken regels. Anders is er geen trots, geen vertrouwen, geen respect. Doping is taboe, doorgedreven training bouwt karakter. Er zijn ook andere – onfaire - manieren om te winnen – zeker in oorlogstijden, maar dat zijn uitzonderlijke omstandigheden. Alleen als je leven letterlijk in gevaar is, is overleven het enige wat telt. Anders niet. De maatschappij heeft waarden en normen nodig.

Fight(ing spirit): winnen is in hoge mate een mentale kwestie. Het is niet altijd de beste sportman, de sterkste of behendigste atleet die het haalt. De wil is zeer bepalend. Winnen is belangrijker dan deelnemen. De mentale druk op je tegenstander houden en jezelf overtreffen. Tijdens de wedstrijd is je tegenstander een vijand. Na de wedstrijd moet je weer mens worden en samen een pint pakken. Fight.